Chichester Psalms

Chichester Psalms is een koorcompositie in drie delen van Leonard Bernstein voor jongenssopraan of countertenor, koor en orkest. De tekst is door de componist samengesteld uit het Boek der Psalmen in het originele Hebreeuws. Voor deel 1 worden Psalmen 100 en 108 gebruikt, voor deel 2 Psalmen 2 en 23 en voor deel 3 Psalmen 131 en 133. Bernstein schreef ook een versie voor een kleiner ensemble van orgel, een harp en percussie.

Geschiedenis
Het werk werd in 1965 in opdracht gemaakt voor het Southern Cathedrals Festival in de Chichester Cathedral op verzoek van Walter Hussey, de decaan van de kathedraal. De wereldpremière vond echter plaats in de Philharmonic Hall, New York, op 15 juli 1965 met de componist, gevolgd door de uitvoering in Chichester op 31 juli 1965 onder leiding van de organist van de kathedraal en de koorleider John Birch.
De eerste uitvoering in Londen vond plaats op 10 juni 1966 in de Duke’s Hall van de Royal Academy of Music. Gedirigeerd door Roy Wales en uitgevoerd door het London Academic Orchestra en London Student Chorale, werd het gecombineerd met Britten’s Cantata academica.

Chichester Psalms was de eerste compositie van Bernstein na zijn Derde symfonie uit 1963 (Kaddish). Deze twee werken zijn zijn twee duidelijk joodse composities. Hoewel beide werken Hebreeuwse koorteksten hebben, wordt de Kaddish-symfonie beschreven als een werk dat vaak aan de rand van wanhoop staat, in tegenstelling tot de  Chichester-psalms die soms positief en sereen zijn.

Muziek
Bernstein bepaalde dat het solodeel alleen gezongen kon worden door een countertenor of een jongenssopraan, maar nooit door een vrouw. Dit was om de liturgische betekenis van de gezongen passage te versterken, misschien om te suggereren dat Psalm 23, een “Psalm van David” uit de Hebreeuwse Bijbel, gezongen werd door de jongen David zelf.

De psalmen, en met name het eerste deel, staan bekend om de moeilijkheid die ze voor de uitvoerders vormen. De opening is bijvoorbeeld moeilijk voor de tenoren, vanwege het ongewoon brede vocale bereik, de ritmische complexiteit en de consistente aanwezigheid van vreemde en moeilijk vast te houden parallelle septiemen tussen de tenor- en baspartijen. Het interval van een septiem staat prominent in het stuk vanwege het numerologische belang in de joods-christelijke traditie.

In De Chichester Psalms is een opvallende rol voor de harp weggelegd; in de volledige orkestversie zittent twee ingewikkelde harppartijen. Bernstein voltooide de harppartijen voordat hij de bijbehorende orkestrale en koorpartijen componeerde, waardoor de harpisten een cruciale rol kregen bij het uitvoeren van de muziek. Tijdens de repetities vroeg Bernstein j de harpisten het stuk voor de rest van het orkest door te spelen om het belang van de rol van de harpen te benadrukken.

Een opmerkelijke opname werd in 1986 gemaak, uitgevoerd door Richard Hickox. Met de goedkeuring van Bernstein werd het solo-gedeelte gezongen door Aled Jones, destijds een jongenssopraan.

Bezetting
Het orkest bestaat uit 3 trompetten in B♭, 3 trombones, pauken, percussie [vijf spelers], 2 harpen en strijkers. De componist schreef ook voor een kleine besetting bestaande uit orgel, één harp en percussie.

(Bron: Wikipedia)