In gesprek met Hans Erik Dijkstra – deel 2

Dit is het tweede deel van een drieluik over Hans Erik Dijkstra dat in de weekbrief verschijnt; 1: Jeugd en hoe het allemaal begon, 2: Docent en correpetitor en 3: Uitvoerend musicus 

DEEL 2: De correpetitor

Correpetitor ben je of ben je niet; er is geen opleiding voor.
Hans Erik vertelt: „Voor het beroep van correpetitor kun je geen opleiding volgen. Als je serieus werk gaat maken van muziek dan blijkt vanzelf wel wat het beste bij je past.
Een correpetitor is eigenlijk een docent in het samenspel. ‘Cor’, uit het Frans, staat voor samenwerken en coaching. De koorrepetitor bestaat eigenlijk niet. Werk je als pianist en vervanger van de dirigent, dan ben je in principe repetitor. Sommigen laten één R weg: corepetitor. Dat „co“ líjkt logisch, omdat je samenwerkt met de dirigent. Maar de juiste naam is dus: correpetitor“.

Toen Hans Erik in 1985, hij was toen 16, eenmaal was toegelaten aan het conservatorium in Enschede, was hij niet meer te houden. Hij studeerde er compositie en piano, maar hij was de hele dag te vinden bij de operaklassen, toetsen en examens van instrumentalisten, zangklassen, masterclasses, om achter de een of andere piano of vleugel de begeleiding te verzorgen. Niet dat hij met al dat spelen iets verdiende; dat begon pas in zijn derde jaar toen hij een baantje aan de balletschool kreeg.
Het kleine conservatorium in Enschede was ideaal voor Hans Erik. Daar was het onderwijs van hoog niveau en toch breed: er was veel mogelijk. Wilde je iets, dan kon dat ook. Niet zo deftig en prestigieus als bijvoorbeeld het Haagse conservatorium. Ook al kwam hij daar later, met het conservatoriumdiploma voor muziekdocent op zak, alsnog terecht. Hij trad bij het Haags conservatorium in dienst als…correpetitor!

Aan het conservatorium in Enschede studeerden toen een stuk of 60 pianisten. Hans Erik was de jongste, en kreeg steevast als commentaar als er iets moeilijks gestudeerd moest worden: ‘Dat kan jij allemaal al’. Hans Erik: “Een van de redenen dat ze dat zeiden was waarschijnlijk dat ik heel goed van blad kan lezen en het ook meteen kan vertalen in muziek. En door overal aan mee te doen kreeg ik bovendien een uitstekende training.”

Als je altijd beschikbaar was om te begeleiden, kwam je dan wel aan studeren toe? Want later heb je in Utrecht nog het diploma uitvoerend musicus (piano) behaald.
“Nee zeggen zal ik nooit leren, al doe ik mijn best, en eigenlijk is dat wel een goede eigenschap voor een correpetitor”.
Het eerste woord dat Hans Erik noemt als hij nadenkt over de eigenschappen die een correpetitor moet hebben is: flexibiliteit. Je moet muzikaal heel flexibel zijn. Je open kunnen stellen voor wat de dirigent op een bepaald moment wil.
“Maar je moet ook goed kunnen volgen en zeer dienend zijn. Het verschilt wel wat per dirigent. Maar ik kan bijvoorbeeld niet tegen Joop zeggen: “Zeg Joop, waarom speel je dat en dat niet wat trager, dat is toch veel mooier?” Zo werkt dat niet. Plus dat de focus tijdens repetities 100% moet zijn. Dat kan alleen als je jezelf kunt uitschakelen. Dat is iets waar geen opleiding voor is, terwijl het wel de kern van het vak is.”

Op mijn vraag of geduld ook niet een handige eigenschap is, knikt Hans Erik bevestigend. “Ja zeker, dat is heel belangrijk, en dat ben ik ook, geduldig. Ook thuis met de kinderen en bij het lesgeven.
Op een plek heb ik géén geduld, en dat is in het verkeer: ik kan heel slecht tegen files. Maar dat komt ook door de strakke planning van mijn werkweek, alles is op het scherpst van de snede ingeroosterd. Zoals op dinsdag, dan werk ik tot 19:15 u in Doetinchem en moet dan als een haas naar jullie in Apeldoorn. Pakje brood op de bijrijdersstoel. Als het verkeer dan tegen zit, rijd ik liever een stukje om langs een rustige binnenweg. Ik luister dan meestal naar popmuziek op Q-Music. Klassiek leidt me teveel af, omdat ik elke valse noot en verkeerde inzet hoor“. Dan, genereus: “Grappig eigenlijk, want bijvoorbeeld bij jullie in Orpheus hoor ik ook alles, maar dan heb ik er geen last van.”

Hij vervolgt: “Muzikale flexibiliteit is van belang maar ook qua privéleven is flexibiliteit heel belangrijk. Continu moet je overal op de raarste tijden opdraven, en vaak hoor je het pas vlak van tevoren. Nee zeggen is geen optie want doe je dat te vaak dan bestaat het risico dat je niet meer wordt gevraagd. Gelukkig zijn de kinderen nu zo groot dat ik niet meer altijd rond etenstijd thuis hoef te zijn”.

Wat vind je leuk aan lesgeven?
“Ah dat is ook een goede vraag. Bij het lesgeven vind ik -net als neuropsycholoog Erik Scherder- het plezier voor kinderen en jongeren het allerbelangrijkste. De gemiddelde leerling is niet supermuzikaal en doet het vooral voor het plezier. Het gaat niet om presteren, maar een instrument bespelen is heel goed voor de algemene ontwikkeling. Ze krijgen er een beter concentratievermogen van, leren verbanden zoeken. Leerlingen bevestigen dat ook als ze vertellen dat hun examens beter gaan sinds ze pianoles hebben. Toch zijn er ouders die daar anders tegenaan kijken en bijvoorbeeld komen klagen als de les een keer twee minuten korter duurt. Maar het gaat om de band met elkaar, en om samen muziek maken“.
Er zegt bij Hans Erik ook zelden een leerling af, ook als ze niet geoefend hebben komen ze gewoon lekker naar de les.
Als muzikant maak je heel veel uren. Hans Erik werkt vijf avonden in de week: met Bas van den Heuvel in IJsselstein (COV) en Amersfoort (Toonkunst). Met Joop Schets in Arnhem (Toonkunst) en niet te vergeten bij ons, Bachkoor Apeldoorn! Verder geeft hij alle middagen, vrijdagavonden en zaterdagen les op de muziekscholen van Doetinchem en Veenendaal. Tussendoor begeleidt hij o.a. examenleerlingen van zangeres Elena Vink van Artez. De ochtenden zijn voor inhaallessen en repetities. Want naast al deze werkzaamheden geeft Hans Erik ook nog concerten.

Als ik vraag hoe Hans Erik denkt over de positie van musici in Nederland trekt hij een gezicht. Dat zou heel wat beter kunnen, en bijvoorbeeld de betaling doet geen recht aan het belang van cultuur, amateurkunst en muziek voor de ontwikkeling van kinderen en de samenleving als geheel. Om een voorbeeld te noemen: Zijn vriendin Niki verdiende in de financiële sector het dubbele van wat Hans Erik met een 7-daagse werkweek verdient, maar dan in vier dagen tussen 9 en 5, plus alle secundaire voorwaarden.
Zeker voor een alleenstaande vader is het soms haast niet te doen. “Maar ik heb het al die jaren gelukkig overleefd”, grijnst hij.

Zijn er overeenkomsten en verschillen tussen de koren waar je voor werkt?
Elk koor heeft natuurlijk een eigen gezicht, maar Hans Erik vindt de koren onderling wel vergelijkbaar.
“Erg leuk van het Bachkoor vind ik dat jullie je meteen openstellen en geïnteresseerd zijn als ik Joop vervang of met stemgroepen in de kleine zaal repeteer. En trouwens, wat is Die Jahreszeiten toch prachtige muziek. En het wordt mooi gezongen”. Ik : „Meen je dat?“ Hans Erik bevestigt: „Ja zeker, jullie zingen het heel mooi“.

In de volgende weekbrief deel 3: Uitvoerend musicus