Oude bekenden

“Het is dinsdagmiddag 2 oktober en ik ga de deur uit om een boodschap te doen. Ik neem de kortste weg en rijd vanaf mijn huis aan de Valkenberglaan door het bospad richting de Naald. Op dat pad kom ik twee wandelende oude mensen tegen en ik zie weldra wie het zijn, stap van mijn fiets, en maak een praatje. Hij is al ver over de negentig, zij iets jonger. Het eerste wat zij zegt is: en wat zing je vandaag voor ons? Dat zit zo.

Ik ken deze mensen vanuit de tijd dat ook zij met grote regelmaat hun banen zwommen in het Boschbad, meestal in de vroege rustige ochtenduren. Na afloop van de zwemsessie werd mij dan vaak gevraagd even een stukje te zingen uit een concert van het Bachkoor dat ze hadden bijgewoond of waar we mee aan het repeteren waren. De akoestiek in de kleedkamer is galmend en ik volstond vaak met een paar regels van het een of ander. Hoe vrolijk kan de dag dan begonnen zijn.

Ik vertel hen over ons aanstaande concert op 2 november en laat een klein stukje horen van wat hen te wachten staat. Ze zouden nog overleggen. Het is dichtbij, ze wonen aan de Loolaan. ‘We gaan wel weer naar de Matthäus hoor’, zegt zij enthousiast. Ik bied aan om te zorgen dat ze twee plaatsen kunnen boeken voor rij 18, de invalidenrij, want hij is inmiddels zeer slecht ziend, bijna blind. Nee, niet nodig. ‘Ik kan nog makkelijk naar boven lopen en ik geef haar dan een arm’ zegt hij. En ook zij wil graag boven zitten, want ‘dan kan ik je beter zien’.

Belangstellend vraagt ze me nog hoe het me is vergaan bij de laatste MP. Ze had me immers weg zien gaan. Ik kon het kort uitleggen, en hij, oud-huisarts, knikte begrijpend.

Nu maar hopen dat ze onze komende concerten gaan meemaken. Ik zal voor hen extra mijn best doen.”

Ans Tesselaar, 3-10-2018